Dynamische Architectuur DYA®

DYA® is een architectuuraanpak die volgens zeggen, voor de samenhang kan zorgen in business en ICT-architectuur. Uitgangspunt van DYA is dat architectuur ‘moet werken’ door de doelgerichte, pragmatische benadering ervan.

DYA bevat best practices en is het heel goed mogelijk om diverse methoden en technieken naast elkaar te gebruiken. Zo zijn er voorbeelden van organisaties die DYA gebruiken naast ArchiMate en TOGAF. ArchiMate als modelleertaal voor architectuur, TOGAF als architectuurontwikkelproces en DYA om projecten onder architectuur te brengen met de projectstartarchitectuur (PSA).

De definitie van architectuur die men binnen DYA hanteert is: “Architectuur is het consistente geheel aan principes en modellen dat richting geeft aan ontwerp en realisatie van processen, organisatorische inrichting, informatievoorziening en technische infrastructuur van een organisatie.”

Het DYA®-model

In essentie wordt DYA door de onderstaande uitgangspunten samengevat:

  • Architectuur is geen doel op zich, maar is ondersteunend aan de doelen die de organisatie wil bereiken. Het doel van architectuur is niet om een document op te leveren, maar om ervoor te zorgen dat de veranderprocessen van de organisatie steeds soepeler gaan verlopen. Architectuurontwikkeling moet daarom worden verankerd in die veranderprocessen.
  • Architectuur kan heel goed stukje bij beetje worden aangepakt. Architectuur evolueert mee met de organisatie. Just enough, just in time architectuur;
  • Afwijken van de architectuur kan onder omstandigheden noodzakelijk zijn. Het is wel zaak een mechanisme in te richten waarmee dergelijke afwijkingen van de architectuur worden beheerst. Dit kan door aparte scenario’s te onderscheiden voor het ontwikkelen onder en zonder architectuur.

Figuur1: het DYA®-model

Figuur1: het DYA-model

Dit model bevat vier processen die het hele traject van strategievorming tot realisatie beslaan.

  1. Strategische Dialoog: hierin worden de business strategie bepaald en businessdoelen gesteld, die vervolgens in business cases worden uitgewerkt tot concrete projectvoorstellen.
  2. Ontwikkelen zonder Architecuur: onder speciale omstandigheden, wanneer er sprake is van extreme tijdsdruk, kan ervoor worden gekozen om bewust niet onder architectuur te ontwikkelen. In dat geval wordt in de Strategische Dialoog expliciet het besluit genomen dat een project niet binnen de architectuurkaders uitgevoerd hoeft te worden.
  3. Architecuur Services: dit is het proces waarin de architecturen worden opgesteld en onderhouden en ter beschikking worden gesteld aan de Strategische Dialoog en het Ontwikkelen onder Architectuur. Dit proces wordt door de architecten getrokken.
  4. Ontwikkelen onder Architecuur: dit is het proces waarin de concrete businessdoelstellingen binnen de gewenste doorlooptijd met de gewenste kwaliteit en tegen acceptabele kosten worden gerealiseerd, binnen de kaders van de architectuur. De realisatie vindt doorgaans plaats in de vorm van projecten.

Deze processen helpen om het architectuur in te richten. Hiermee komt men tot een inzet van ICT waarbij de business slagvaardig wordt bediend tegen acceptabele kosten. De samenhang tussen businessarchitectuur, informatiearchitectuur en technische architectuur wordt daarbij gewaarborgd.

Inrichten van de processen rondom architectuur conform DYA heeft het voordeel dat de momenten zijn vastgelegd waarop architecturen gemaakt en toegepast worden. Daardoor is bekend op welk moment een architect nodig is en wat hij dan oplevert.  Het resultaat is de juiste architectuur op het juiste moment.

Architectuurraamwerk

Om de architecturen te kunnen classificeren heeft DYA zijn eigen architectuurraamwerk.

Figuur2: het DYA®-architectuurraamwerk

Figuur2: het DYA®-architectuurraamwerk

Het architectuurraamwerk illustreert dat de architectuur van een organisatie niet als een eenzijdig geheel moet worden beschouwd, maar opgedeeld in onderdelen. Het vormt als het ware een ladekast waarin elke architectuur zijn plek krijgt. Het kan zich op verschillende aspecten van de organisatie richten, zoals producten en diensten, processen, organisatie, gegevens, applicaties, middleware, platforms en netwerken. Daarnaast kan architectuur in verschillende vormen voorkomen, zoals algemene principes, beleidslijnen en modellen.

  • Algemene principes zijn principes die de gezamenlijke visie weerspiegelen van business- en ICT topmanagement. De algemene principes gelden voor iedereen en moeten ook voor iedereen begrijpelijk zijn.
  • De beleidslijnen vormen de vertaling van de algemene principes naar de concrete uitwerking per deelarchitectuur. Standaarden en richtlijnen bevinden zich op dit niveau.
  • Modellen zijn visualisaties en beschrijvingen van bestaande en gewenste situaties.

Binnen business-architectuur, informatie-architectuur en technische architectuur zijn verschillende deelarchitecturen te onderscheiden. Elke deelarchitectuur heeft een ander object van architectuur.

  • Produkt/dienstarchitectuur: De produkt/dienstarchitectuur is het geheel aan principes en modellen met betrekking tot het produkt/dienst-portfolio van de organisatie. Denk hierbij aan uitspraken over de te voeren merken, modellen voor de opbouw van produkten in standaardcomponenten, normen met betrekking tot life cycle management van produkten en diensten, introductiebeleid met betrekking tot nieuwe diensten, etc.
  • Procesarchitectuur: De procesarchitectuur is het geheel aan principes en modellen met betrekking tot de processen van de organisatie die nodig zijn om de business-doelen te bereiken. De procesarchitectuur geeft aan welke hoofdprocessen de organisatie wil onderscheiden, aan welke eisen de processen moeten voldoen, wat de samenhang tussen processen is, welke processen uitbesteed worden, of organisatiebrede uniformiteit wordt nagestreefd, etc.
  • Organisatie-architectuur: De organisatie-architectuur geeft principes en modellen hoe de medewerkers van de organisatie georganiseerd zijn in afdelingen en/of teams en hoe coördinatie en besturing van de werkzaamheden plaats vindt. De organisatie-architectuur bevat bijvoorbeeld keuzen voor een sterk hiërarchisch organisatiemodel of juist een “platte” organisatie, keuze voor een indeling naar proces, expertise of geografie, centrale aansturing of meer een netwerkorganisatie, etc. Ook samenwerkingsverbanden met partners vormen onderwerp van de organisatie-architectuur.
  • Gegevensarchitectuur: De gegevensarchitectuur heeft betrekking op vastlegging, beheer en gebruik van de voor de organisatie relevante gegevens. De gegevensarchitectuur schrijft voor hoe verantwoordelijkheid voor gegevens geregeld wordt, wat de toegankelijkheid van gegevens moet zijn, of gegevens ook buiten de organisatie toegankelijk moeten zijn, wat gemeenschappelijke gegevens zijn en wat niet, welke standaarden gebruikt worden voor gegevensuitwisseling, etc. Ook bevat de gegevensarchitectuur, indien relevant, de definities van de bedrijfsbrede gegevens en hun onderlinge relaties (bedrijfsgegevensmodel).
  • Applicatie-architectuur: De applicatie-architectuur bevat de principes en modellen met betrekking tot de toepassingsapplicaties van de organisatie. De applicatie-architectuur geeft de principes aan volgens welke applicaties worden gerealiseerd (bijvoorbeeld componenten versus “best-of-breed” pakketten), wat de samenhang tussen applicaties is, welke software-omgevingen gebruikt worden, wat gemeenschappelijke applicaties zijn en wat niet, hoe autorisaties geregeld worden, etc.
  • Middleware-architectuur: De middleware-architectuur heeft betrekking op de gemeenschappelijke organisatie-onafhankelijke software-componenten die het mogelijk maken voor applicaties en eindgebruikers om te kunnen samenwerken over het netwerk (message queueing, TP monitoring, ORB, RPC, EDI, XML). Middleware is de software die zich bevindt tussen het netwerk en de organisatie-specifieke applicaties. Onderdeel van de middleware architectuur is bijvoorbeeld het middelenbeleid op dit gebied: tot welke middleware produkten beperkt de organisatie zich, in welke situatie wordt welk produkt gebruikt en hoe is de onderlinge samenhang.
  • Platformarchitectuur: De platformarchitectuur richt zich op de automatiseringsapparatuur. Dit zijn de mainframes, desktops, terminals en randapparatuur inclusief de bijbehorende besturingsprogrammatuur. De platformarchitectuur omvat o.a. het middelenbeleid op dit gebied en stelt normen op het gebied van schaalbaarheid, beschikbaarheid (denk ook aan uitwijkstrategieën) en compatibiliteit.
  • Netwerkarchitectuur: De netwerkarchitectuur is het geheel aan principes en modellen met betrekking tot de connectiviteit van de apparatuur, oftewel het technische netwerk van de organisatie (LAN, WAN). De netwerkarchitectuur bevat normatieve uitspraken en modellen met betrekking tot de realisatie van het netwerk (huurlijnen, eigen lijnen, telefoonlijnen, wireless), de topologie van het netwerk, de bandbreedte, de te gebruiken communicatie- en transmissieprotocollen, besturings- en routeringshardware en software, etc.

 

Bron: DYA Sogeti – http://www.dya.info/

Share Button
Print Friendly